top of page
Zoeken

Wat is littermate syndrome (nestgenootsyndroom)?




Littermate syndrome komt het vaakst voor bij twee pups uit hetzelfde nest maar ook bij puppy’s rond dezelfde levensfase.


Het is een misvatting dat twee puppy’s opvoeden makkelijker is dan één of dat ze met twee altijd een speelmaatje hebben en ze hun minder snel gaan vervelen of dat ze socialer zijn naar andere honden.


Hun band onderling zorgt ervoor dat er in de socialisatieperiode veel situaties aan hen voorbijgaan. Ze leven altijd met een enorme afleiding: elkaar. Daardoor is hun energieniveau een pak hoger dan wanneer ze alleen zouden zijn. Het teveel aan opwinding zorgt voor constante spanning wat kan leiden tot angst en agressie. Ze zijn zo druk met elkaar dat je een vreemde eend in de bijt wordt... Het lijkt moeilijker om hun aandacht te trekken, moeilijker om ze impulscontrole bij te brengen, moeilijker om grenzen te stellen. Hun gehechtheid belemmerd ook hun sociale ontwikkeling. Ze leren niet hoe andere honden spelen en hebben geen idee van de sociale vaardigheden met andere puppy’s of volwassen honden.


Gedragsproblemen

Wanneer nest- of leeftijdsgenoten, zelfs kortstondig, gescheiden worden vertonen ze heel vaak intense angst. Op de hondenschool piepen en blaffen ze de boel bij elkaar als ze niet vlak bij elkaar zijn. En naast elkaar zijn ze vooral met elkaar bezig en niet met de les.


In de praktijk zie ik vaak dat tussen de leeftijd van vier/vijf maanden één van de twee honden angstig is voor vreemde honden, mensen, voorwerpen en/of situaties (neofobie).

Dit kan gepaard gaan met angstagressie (grommen, blaffen, tanden laten zien, effectief bijten…) maar evengoed met extreem angstgedrag zoals in elkaar duiken, bevriezen, vluchten, paniek, hysterie…


Een ander probleem is dat de honden rond het begin van de puberteit meer duidelijkheid zoeken in de onderlinge verhouding. In gezinnen met meer honden gaat het bepalen van de rangorde vaak geleidelijk, met zo nu en dan een onschuldige aanvaring. Nestgenoten of honden in dezelfde levensfase komen er vaak moeilijker uit. Dit kan flinke gevechten tot gevolg hebben, soms zo heftig dat de honden niet meer bij elkaar gelaten kunnen worden.


Oplossing

Als gedragstherapeut is het niet eenvoudig om een oplossing te bieden, zeker niet als de gedragsproblemen bij één of beide honden al extreme vormen hebben aangenomen.

Over het algemeen is herplaatsing van één van de honden de enige verantwoorde oplossing.


Kan het dan nooit?

Zo zwart-wit kan is het natuurlijk niet. Maar de kans op problemen met twee pups tegelijk is zo groot dat het eigenlijk het risico niet waard is. In al de jaren heb ik al zoveel verdriet en ellende gezien bij onwetende eigenaars. Eigenaars die heel erg hun best gedaan hebben. Maar tot de conclusie komen dat het niet werkt. En dat in het belang van de honden het beter is dat één van de twee honden herplaats wordt.


Twee of meer honden in huis is geweldig. Maar de meest verstandige keuze is te wachten tot de eerste hond volwassen is en geen probleemgedrag vertoont. In sommige gevallen kan een oudere hond een geweldige leraar zijn voor de jongere.

Comments


bottom of page